ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant was werkzaam als medewerker fietsenstalling en meldde zich ziek wegens rugklachten. Het UWV stelde vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor hij geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidsongeschiktheid correct was vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en verwees naar eerdere medische beoordelingen waarin wel een urenbeperking werd geadviseerd. De Raad oordeelde echter dat deze eerdere beoordeling anderhalf jaar voor de datum in geschil lag en niet relevant was voor de huidige situatie. Het medisch onderzoek van de verzekeringsarts was zorgvuldig en hield rekening met alle klachten.
De Raad vond geen nieuwe medische informatie die het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts ondermijnde. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.