ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling maatmaninkomen en arbeidsongeschiktheid Wajong-uitkering na academische opleiding geneeskunde
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de vaststelling van het maatmaninkomen en de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene, die een academische opleiding geneeskunde heeft voltooid.
Betrokkene stelde dat haar maatmaninkomen moest worden vastgesteld op anderhalf maal het wettelijk minimumloon, gebaseerd op functies passend bij haar opleiding. De appellant stelde dat betrokkene slechts functies op HBO-niveau kon vervullen, wat een lager inkomen rechtvaardigde. De Raad oordeelde dat de door appellant genoemde functies geen recht deden aan de academische opleiding van betrokkene en dat de functie van PhD onderzoeker diagnostische accuratesse een betere maatstaf vormde.
De Raad bepaalde het maatmaninkomen op basis van het aanvangsalaris in schaal 10 van de CAO UMC, inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, wat resulteerde in een bruto uurloon van €17,46. Dit leidde tot een arbeidsongeschiktheid van 38,83%, waardoor betrokkene aanspraak maakt op een Wajong-uitkering vanaf 22 juni 2008. Het besluit van 22 augustus 2012 werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Betrokkene krijgt met ingang van 22 juni 2008 aanspraak op een Wajong-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.