ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bijstand en afwijzing schadevergoeding
Appellante ontving vanaf 2008 een persoonsgebonden budget en bijstand als alleenstaande ouder. Na beëindiging van het pgb en intrekking van de bijstand meldde zij zich in augustus 2010 voor bijstand met terugwerkende kracht vanaf april 2010. Het college wees dit af wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad onderscheidde twee perioden: de reeds beoordeelde periode tot juni 2010, waarin geen nieuwe feiten waren aangevoerd, en de periode daarna tot de melding, waarvoor geen gegronde reden voor latere melding werd aangetoond.
Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad oordeelde dat de melding van appellante geen nieuw feit was en dat de enkele kennis van haar situatie bij het college onvoldoende was voor terugwerkende bijstand. De uitspraak werd gedaan door rechter Zeijen op 12 maart 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van terugwerkende bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding af.