ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingezetenschap en kinderbijslagtoekenning volgens de Algemene Kinderbijslagwet
Betrokkene keerde in februari 2010 terug naar Nederland en meldde de intentie zich definitief te vestigen. De Sociale Verzekeringsbank weigerde kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2010 omdat betrokkene op dat moment geen ingezetene was. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en oordeelde dat betrokkene op 1 april 2010 woonplaats had in Nederland, mede op basis van inschrijving in de GBA, huur van zelfstandige woonruimte en het ontvangen van een WWB-uitkering.
Appellant stelde in hoger beroep dat betrokkene op de peildatum nog niet beschikte over zelfstandige woonruimte en dat zijn gezin nog in Turkije verbleef, waardoor geen duurzame band met Nederland bestond. De Raad stelde vast dat de intentie tot vestiging niet door objectieve feiten werd ondersteund en dat zelfstandige woonruimte pas vanaf 1 mei 2010 werd gehuurd.
De Raad bevestigde dat de rechtbank het besluit van 26 oktober 2010 terecht vernietigde vanwege een onjuist beoordelingskader, maar vernietigde het deel waarin de rechtbank het primaire besluit herroept en appellant opdraagt kinderbijslag toe te kennen vanaf 1 april 2010. De rechtsgevolgen van het besluit van 26 oktober 2010 blijven van kracht. Proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat betrokkene op 1 april 2010 geen ingezetene was en vernietigt het deel van de uitspraak dat kinderbijslag vanaf die datum toekent.