ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum Wajong-uitkering op 10 februari 2008 wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant diende op 10 februari 2009 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die het UWV toekende met ingang van 26 mei 2008. De rechtbank bepaalde de ingangsdatum op 10 februari 2008, omdat een onvolledige aanvraag als ingediend wordt beschouwd en het UWV niet eerder dan een jaar voor de aanvraagdatum een uitkering kan toekennen, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij door gebrek aan ziektebesef niet eerder een aanvraag kon indienen en dat zijn familie hem niet kon vertegenwoordigen. Het UWV betoogde dat appellant voldoende ziektebesef had vanaf 1 juli 2004 en dat zijn familie een aanvraag had kunnen doen.
De Raad oordeelde dat appellant na zijn opname in 2004 redelijk ziektebesef en ziekte-inzicht toonde, mede bevestigd door medische rapportages. De brief van de psychiater uit 2010 werd minder zwaar gewogen omdat de behandeling pas in 2008 begon. Er was geen sprake van een bijzonder geval dat een eerdere aanvraag rechtvaardigde.
Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ingangsdatum van de Wajong-uitkering op 10 februari 2008 en wijst het hoger beroep van appellant af.