ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als papiersorteerder toen hij uitviel wegens rugklachten en pijn in zijn linkerbeen. Het UWV besloot op 3 juni 2010 dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd bij bezwaar en door de rechtbank Arnhem bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten van verzekeringsartsen een volledig en zorgvuldig onderzoek weerspiegelen en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat de pijnklachten medisch waren meegewogen en dat de medicatie Lyrica pas na de datum van het besluit was gestart. De arbeidskundige beoordeling bevestigde dat de belastbaarheid binnen de Functionele Mogelijkheden Lijst bleef.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkt was dan vastgesteld, met name door pijn- en vermoeidheidsklachten en dat er onterecht geen urenbeperking was aangenomen. De Raad overwoog dat appellant in hoger beroep dezelfde gronden herhaalde en dat deze niet tot een ander oordeel leiden dan de rechtbank. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.