ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid binnen vier weken na 23 november 1990
Appellant heeft in 2010 een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen beperkingen sinds november/december 1990. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellant per 23 november 1990 als hersteld werd beschouwd en de vereiste wachttijd van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid niet was vervuld.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij het advies van de vaste deskundige dr. Van ’t Hooft en eerdere rechtspraak van de Raad volgde. De rechtbank oordeelde dat het risico dat de medische situatie door tijdsverloop niet meer met zekerheid kan worden vastgesteld, voor rekening komt van de aanvrager.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij dit oordeel en bevestigt dat er onvoldoende objectiveerbare medische gegevens zijn die een toename van arbeidsongeschiktheid binnen vier weken na 23 november 1990 aantonen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.