ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde afwijzing van IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig brandwacht, viel uit na een hartinfarct en kreeg aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze en kende een WGA-loonaanvullingsuitkering toe, omdat appellant wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant stelde dat hij wel duurzaam arbeidsongeschikt was en betwistte de onderbouwing van het UWV.
De Raad stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts duurzaamheid voor het eerste jaar aannam, maar geen concrete inschatting gaf voor het tweede jaar. De enkele verwijzing naar het succespercentage van behandelingen bij angststoornissen was onvoldoende als onderbouwing voor een meer dan geringe kans op herstel. Ook werd onvoldoende gemotiveerd waarom een door de behandelend psychotherapeut gestelde depressie als bekende klacht werd afgedaan.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat de inschatting van duurzaamheid moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van individuele feiten en omstandigheden, met een onderbouwing van het mogelijke resultaat van medische behandelingen. Gezien het ontbreken hiervan oordeelt de Raad dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. De uitspraak is gedaan op 8 maart 2013 door een meervoudige kamer.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen.