ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toeslag en terugvordering na beëindiging landbouwbedrijf en aanvang bosbouwactiviteiten
Appellant ontving toeslag op grond van de Toeslagenwet naast een WAO-uitkering. Hij had een landbouwbedrijf in Canada dat in 2006 werd beëindigd en startte in 2007 bosbouwactiviteiten in Nederland. Het UWV trok toeslag in en vorderde terug wegens vermeende onjuiste inkomensopgave.
De Raad oordeelt dat het bedrag van 7.009 Canadese dollars aan "self employment" niet als stakingswinst kan worden aangemerkt en dat de inkomsten uit interest niet bij de toeslagberekening mogen worden betrokken. Omdat de activiteiten elkaar opvolgden en niet gelijktijdig werden uitgeoefend, is er geen sprake van verwevenheid en dus geen verrekening van inkomsten tussen de Canadese en Nederlandse onderneming.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en stelt de toeslag en terugvordering vast op een lager bedrag dan het UWV had berekend. Tevens wordt een boete van €52 opgelegd wegens een schending van de informatieplicht over inkomsten van de echtgenote in 2007. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, toeslag en terugvordering vastgesteld en een boete van €52 opgelegd.