ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4848
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij weigering Ziektewet-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 5 oktober 2010 waarbij hem een Ziektewet-uitkering werd geweigerd. Dit bezwaar werd pas op 8 maart 2011 ingediend, na het verstrijken van de wettelijke termijn. Appellant stelde dat hij in de veronderstelling verkeerde dat een medewerker van zijn werkgever namens hem bezwaar had gemaakt, en dat hij daarom zelf geen bezwaar hoefde in te dienen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en oordeelde dat deze overschrijding niet verschoonbaar was. Tevens werd het beroep tegen het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:13 Awb Pro.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs verweten kan worden dat hij niet tijdig bezwaar heeft gemaakt, omdat de informatie van het UWV voldoende was en de werkgever geen bezwaar namens appellant had ingediend. Ook leidde het bezwaar van de werkgever niet tot een ongunstigere positie van appellant. Verzoeken om vergoeding van wettelijke rente werden afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; het beroep tegen het bezwaar van de werkgever wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard.