ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep herroept niet-ontvankelijkverklaring bezwaar UWV wegens onvoldoende bewijs verzending besluiten
Appellant heeft meerdere aanvragen om een werkloosheidsuitkering ingediend bij het UWV, waarvan besluiten op 22 maart 2006 en 25 juli 2006 zijn genomen. Deze besluiten werden niet aangetekend verzonden. Appellant stelde deze besluiten niet te hebben ontvangen en maakte bezwaar. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant te laat bezwaar had gemaakt.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant de ontvangst van de besluiten niet aannemelijk had ontkend en dat het uitblijven van actie van appellant erop wees dat de besluiten wel waren ontvangen. In hoger beroep stelt appellant dat het UWV niet heeft bewezen dat de besluiten daadwerkelijk zijn verzonden.
De Raad stelt dat het UWV, als bestuursorgaan, moet aantonen dat niet aangetekend verzonden besluiten daadwerkelijk zijn ontvangen. Het UWV heeft dit niet aannemelijk gemaakt vanwege het ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie. De Raad concludeert dat het bezwaar tijdig is ingediend en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin dit wordt hersteld.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten van 22 maart 2006 en 25 juli 2006 is ontvankelijk verklaard en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.