ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving samen met een medebewoner bijstand op grond van de WWB over de periode van 1 juni 2005 tot en met 31 januari 2006. Naar aanleiding van een anonieme tip stelde de sociale recherche een onderzoek in naar ongebruikelijke financiële transacties. Uit dit onderzoek bleek dat appellant en de medebewoner betrokken waren bij meerdere verdachte transacties met aanzienlijke bedragen.
Het college van burgemeester en wethouders besloot daarom de bijstand van appellant over de betreffende periode in te trekken en de gemaakte kosten terug te vorderen, omdat appellant en de medebewoner hun inlichtingenverplichting hadden geschonden door deze transacties niet te melden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de transacties, gezien de hoogte en frequentie, noodzakelijk waren voor de vaststelling van het recht op bijstand. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat recht op bijstand bestond indien de inlichtingenverplichting wel was nagekomen. De Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee de intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.