ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in eerste spoor
Appellante, een uitzendbureau, werd door het UWV een loonsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen in het eerste spoor had verricht voor een zieke werknemer. De rechtbank had deze sanctie eerder bevestigd. In hoger beroep stelde appellante dat zij maximale inspanningen had geleverd en dat in de uitzendbranche geen strikte scheiding tussen eerste en tweede spoor kan worden gemaakt.
De Raad overwoog dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellante te vroeg was overgestapt naar het tweede spoor zonder een goed onderbouwde rapportage en dat de inspanningen in het eerste spoor niet structureel waren. Het enkel onder de aandacht brengen van de beschikbaarheid van de werknemer bij inleners werd als te vrijblijvend beoordeeld.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin werd benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor re-integratie bij de werkgever ligt, ook als de bedrijfsarts adviezen geeft. Gezien de concrete tekortkomingen en het ontbreken van een deugdelijke grond bevestigt de Raad de loonsanctie en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het eerste spoor wordt bevestigd.