ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating tot vrijwillige AOW-verzekering wegens te late aanmelding zonder bijzondere omstandigheden
Appellante, woonachtig in Marokko en gehuwd met een in Nederland wonende echtgenoot, verzocht in januari 2009 om toelating tot de vrijwillige verzekering voor de AOW en ANW. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat de aanmelding niet binnen de gestelde termijn was gedaan, zoals bepaald in het verdrag tussen Nederland en Marokko.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat geen verschoonbare reden bestond voor de te late aanmelding en de Svb geen verplichting had appellante te informeren over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. Appellante voerde in hoger beroep aan dat in vergelijkbare gevallen de Svb de overschrijding wel verschoonbaar achtte.
De Raad oordeelde dat onbekendheid met de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering geen bijzondere omstandigheid vormt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare gevallen alleen golden voor personen met een uitkeringsrelatie op het moment van inwerkingtreding van het verdrag, wat bij appellante niet het geval was.
Hierdoor is de Svb niet gehouden appellante toe te laten tot de vrijwillige verzekering en wordt het hoger beroep afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en zij wordt niet toegelaten tot de vrijwillige verzekering vanwege te late aanmelding zonder bijzondere omstandigheden.