ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft van december 2007 tot juni 2008 in loondienst gewerkt en daarna tot april 2009 een Ziektewetuitkering ontvangen. Zij vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf april 2009, maar het college wees dit af omdat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld.
Appellante stelde psychische redenen aan haar verzoek ten grondslag en overhandigde medische stukken. De Raad oordeelde echter dat uit deze stukken niet blijkt dat zij door psychische klachten verhinderd was om eerder een aanvraag in te dienen. Bovendien was zij onder bewind en op de hoogte gebracht dat zij zelf bijstand moest aanvragen.
De Raad vond dat het college niet onzorgvuldig had gehandeld door geen nader onderzoek naar de psychische klachten te doen, omdat het aan appellante was om bijzondere omstandigheden aannemelijk te maken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.