ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens ontbreken objectieve onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellant was van 9 juni tot en met 30 juli 2008 werkzaam als monteur bij Philips via Randstad. Hij vroeg op 24 juni 2010 een Ziektewetuitkering aan met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2008, stellende dat hij toen al ziek was geworden tijdens zijn werkzaamheden.
Het UWV weigerde de uitkering omdat de verzekering op 1 augustus 2008 eindigde en appellant pas op 26 januari 2009 voor het eerst contact had met zijn huisarts wegens ziekte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen objectieve gegevens waren die zijn eerdere arbeidsongeschiktheid konden bevestigen.
De Raad onderschrijft dit oordeel. Uit het dossier blijkt dat appellant geen contact had met hulpverleners in de periode na zijn werkzaamheden bij Philips tot januari 2009. De verklaringen van psychiaters zijn gebaseerd op latere beschrijvingen en vormen geen voldoende objectieve basis. Ook de huisarts meldde geen psychotische symptomen bij het eerste contact. Daarom is het standpunt van appellant onvoldoende onderbouwd.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.