ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand en redelijke termijn overschrijding
In deze zaak staat de terugvordering van bijstand door het college van burgemeester en wethouders van Enschede centraal. De Raad beoordeelt het bestreden besluit van 15 juni 2011, waarin het college het terug te vorderen bedrag nader heeft vastgesteld. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende specificatie, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad constateert dat de rechtbank heeft gehandeld zonder appellanten de gewijzigde specificatie te verstrekken, waardoor de beginselen van hoor en wederhoor zijn geschonden.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover dit de rechtsgevolgen van het besluit in stand laat, maar handhaaft dat besluit zelf omdat appellanten in hoger beroep alsnog gelegenheid hebben gehad de specificaties te beoordelen en te reageren. De Raad oordeelt dat fouten in de berekening van het terugvorderingsbedrag per saldo in het voordeel van appellanten zijn en dat geen aanleiding bestaat het bedrag te verlagen. Tevens wijst de Raad het verzoek af om af te zien van terugvordering wegens sociale omstandigheden, omdat deze niet als dringende reden gelden.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het bezwaar en beroep met ruim drie jaar is overschreden, geheel toe te rekenen aan het college. De Raad kent appellanten een aanvullende schadevergoeding toe van € 500,-- bovenop eerder toegekende bedragen. Tot slot veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellanten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering bijstand wordt gehandhaafd en het college wordt veroordeeld tot aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.