ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie
Appellante ontving een WW-uitkering en had afspraken gemaakt met haar werkcoach over re-integratie, vastgelegd in een werkplan met verplichte sollicitatieactiviteiten. Het Uwv verlaagde haar uitkering met 25% voor vier maanden wegens onvoldoende sollicitatie, gebaseerd op haar houding tijdens een speedmeet waarbij zij aangaf het werk te zwaar te vinden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit niet op de juiste wettelijke grondslag was genomen. De Raad stelde vast dat het werkplan een concrete geïndividualiseerde norm vormt en dat het niet nakomen daarvan een overtreding van artikel 26 WW Pro inhoudt.
Hoewel appellante haar beperkingen had gemeld, had zij geen op het verkrijgen van werk gerichte houding aangenomen. De Raad vernietigde het besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.