ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling uitkering betalingsonmacht en onderscheid ATV-, KNV- en vakantiedagen
Appellant, voormalig werknemer van een failliete werkgever, verzocht het UWV om een uitkering wegens betalingsonmacht. Het geschil betrof de berekening van het tegoed aan ATV-, KNV- en vakantiedagen. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij het UWV mocht uitgaan van de referteperiode zonder rekening te houden met de arbeidsrechtelijke regel dat oude vakantiedagen als eerste worden opgenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde en dat de arbeidsrechtelijke regels bepalend zijn voor de aanspraak op vakantiedagen bij het einde van het dienstverband. De Raad bevestigde dat ATV- en KNV-dagen niet gelijkgesteld kunnen worden aan vakantiedagen en dat deze niet aan het vakantietegoed worden toegevoegd.
Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over het nabetaalde bedrag en de proceskosten van appellant. De rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het besluit bleven in stand, waarbij het totaal aantal over te nemen dagen terecht werd beperkt tot 45 dagen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het UWV veroordeeld tot rente- en proceskostenvergoeding.