ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, een voormalig internationaal vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek wegens diverse klachten en ontving ziekengeld. Het UWV beëindigde dit recht na medisch onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte werk. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege onvoldoende omschrijving van de werkzaamheden.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen, waaronder clusterhoofdpijn en medicijngebruik, hem verhinderen om onregelmatige diensten te verrichten en een medische chauffeursverklaring te verkrijgen. Hij overlegde medische rapporten en bijsluiters ter onderbouwing.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot afwijking van het eerdere oordeel. De klachten waren niet invaliderend, medicatie beïnvloedde de rijvaardigheid niet wezenlijk, en de werkzaamheden bleken uitvoerbaar ondanks de beperkingen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en het besluit van het UWV voldoende gemotiveerd. De algemene informatie over medicatie kon niet de door appellant gewenste betekenis krijgen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld blijft in stand.