ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen WIA-uitkeringsbesluit wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij recht heeft op een WIA-uitkering van 35 tot 80% arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat zijn klachten aan de rechterpols en rug onvoldoende waren meegewogen en dat hij recht had op een hogere mate van arbeidsongeschiktheid, namelijk volledig en duurzaam (IVA).
De Raad heeft het dossier onderzocht, waarbij onder meer rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zijn betrokken. De medische beoordeling toonde beperkingen aan als gevolg van artrose en rugklachten, maar geen ernstige pathologie of radiculair syndroom. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt is voor bepaalde functies ondanks zijn beperkingen.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en gemotiveerd zijn uitgevoerd. Er was geen nieuw medisch bewijs dat het standpunt van de verzekeringsartsen ondermijnde. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.