ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering bij bereiken 65-jarige leeftijd
Appellant, wonende in Tunesië, ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 1 april 2010 werd beëindigd vanwege het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Appellant maakte bezwaar tegen deze beëindiging, stellende dat hij nog volledig arbeidsongeschikt is en geen andere inkomsten heeft, waardoor hij zelfs medicijnkosten niet kan betalen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat artikel 49, eerste lid, van de WAO dwingend voorschrijft dat de uitkering eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Dit betekent dat het UWV geen beleidsruimte heeft om hiervan af te wijken, ongeacht de arbeidsongeschiktheidssituatie.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep zag geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigde de beëindiging van de WAO-uitkering en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 17 april 2013.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant wordt beëindigd per 1 april 2010 vanwege het bereiken van de 65-jarige leeftijd.