ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering bijstand wegens ontbreken gezamenlijke huishouding
Appellante werd geconfronteerd met een besluit van het college om bijstandskosten terug te vorderen omdat zij een gezamenlijke huishouding zou voeren met [M.]. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht haar beslissing baseerde op aanvullende verklaringen van buurtbewoners die niet in haar aanwezigheid waren gehoord.
De Raad oordeelde dat de wijze waarop de rechtbank de informele bestuurlijke lus had vormgegeven niet voldeed aan de eisen van artikel 6 EVRM Pro, omdat de rechtbank zich te zeer had verbonden aan het resultaat van het door het college uitgevoerde onderzoek. Hierdoor was de schijn van partijdigheid gewekt.
Verder concludeerde de Raad dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de te beoordelen periode. De verklaringen van buurtbewoners en betrokkenen boden onvoldoende concrete feiten om dit te onderbouwen. Daarom werd het besluit tot medeterugvordering herroepen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proces- en reiskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot medeterugvordering van bijstand aan appellante wordt herroepen wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor gezamenlijke huishouding.