ECLI:NL:CRVB:2010:BO3646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit op bezwaar bij aanvraag bijstand wegens onvoldoende gegevens
Appellant diende op 25 april 2007 een aanvraag om bijstand in, waarop het College verzocht om aanvullende concrete en verifieerbare bewijsstukken over zijn levensonderhoud en betrokkenheid bij drugshandel. Het College stelde de aanvraag buiten behandeling wegens onvoldoende gegevens en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat hij alle redelijke inlichtingen had verstrekt. De Raad oordeelde dat het College ten onrechte artikel 4:5 Awb Pro toepaste, omdat de ingediende stukken en inlichtingen wel degelijk een inhoudelijke beoordeling mogelijk maakten. De vernietiging van het besluit op bezwaar was daarom noodzakelijk.
De Raad onderzocht vervolgens de vervolgstappen en concludeerde dat het zelf voorzien in de zaak niet mogelijk was vanwege onvoldoende gegevens. Daarom droeg de Raad het College op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij de aanvraag inhoudelijk wordt behandeld. De Raad merkte op dat appellant geen aanvullende bewijsstukken meer kan overleggen.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar van 2 oktober 2007 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen waarbij de aanvraag inhoudelijk wordt behandeld.