ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Ziektewetuitkering wegens niet-verzekerd zijn
Appellante, voormalig docente, ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidsregeling Hoger Beroepsonderwijs (WRHBO) na omzetting van haar eerdere BWOO-uitkering. In 2008 verzocht zij het UWV om herleving van haar werkloosheidsuitkering en toekenning van een ziektewetuitkering (ZW), welke werden afgewezen. De rechtbank stelde vast dat het UWV niet bevoegd was om te beslissen over de BWOO-uitkeringen, omdat de uitvoering was overgedragen.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij aanspraak had op een ZW-uitkering op grond van artikel 39 BWOO Pro. De Raad oordeelde dat het UWV niet bevoegd was om over WRHBO-uitkeringen te beslissen en dat appellante op 31 december 2007 niet verzekerd was voor de ZW, noch op grond van andere sociale zekerheidswetten. De WRHBO-uitkering werd aangemerkt als wachtgeld, waardoor geen verplichte verzekering voor de ZW bestond.
De Raad stelde vast dat het UWV niet tijdig had beslist op het bezwaar van appellante tegen de afwijzing van haar ZW-aanvraag, waardoor het beroep tegen deze fictieve weigering gegrond werd verklaard. Tevens werd het besluit van 25 mei 2012 vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn werd het UWV veroordeeld tot een schadevergoeding van € 1.000,- en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van € 1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.