ECLI:NL:CRVB:2004:AR5652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Geen publiekrechtelijke grondslag voor toekenning werkloosheidsuitkering aan personeel bijzondere hogeschool
Betrokkene was werkzaam bij de Stichting Hogeschool voor Economische Studies (HES) en diende na beëindiging van het dienstverband een aanvraag in voor een werkloosheidsuitkering. USZO Diensten BV kende deze uitkering toe namens de werkgever. Appellant, de HES, maakte bezwaar omdat betrokkene verwijtbaar werkloos zou zijn geworden, waardoor geen uitkering zou moeten worden toegekend.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat USZO Diensten BV niet als bestuursorgaan handelde en het geschil een civielrechtelijke aangelegenheid betrof. In hoger beroep stelde appellant dat de toekenning plaatsvond op basis van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO) en daarmee een publiekrechtelijk besluit was. De Raad overwoog echter dat door het Decentralisatiebesluit personeel van hogescholen geen betrokkene meer is in de zin van het BWOO en dat de WRHBO-regeling die door appellant werd toegepast een privaatrechtelijke regeling is.
De Raad concludeerde dat de toekenning van de werkloosheidsuitkering geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. USZO Diensten BV hoefde daarom niet inhoudelijk op het bezwaar te reageren en de rechtbank had terecht onbevoegd verklaard. Het geschil kan alleen civielrechtelijk worden beslecht. De Raad bevestigde de uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de toekenning van de werkloosheidsuitkering geen publiekrechtelijk besluit is en verklaart de rechtbank terecht onbevoegd.