ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing restitutie teruggevorderde WW-uitkering en schadevergoeding
Appellante had over de periode van 19 december 2007 tot en met 19 april 2008 ten onrechte een WW-uitkering ontvangen terwijl zij recht had op een Ziektewet-uitkering (ZW). Het UWV had de onverschuldigd betaalde WW-uitkering teruggevorderd door inhouding op de ZW-uitkering. De rechtbank vernietigde aanvankelijk het terugvorderingsbesluit, maar verklaarde het beroep van appellante later ongegrond, omdat zij de ZW-uitkering alsnog had ontvangen en geen recht had op dubbele uitkering.
Appellante verzocht vervolgens om restitutie van de ingehouden bedragen en een schadevergoeding wegens fiscale naheffingen. Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat restitutie zou leiden tot onverschuldigde betaling. De rechtbank onderschreef dit standpunt en wees het verzoek af.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank dat geen recht bestaat op restitutie van de teruggevorderde WW-uitkering. Ook is er geen grond voor schadevergoeding. Het verzoek wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat appellante geen recht heeft op restitutie van de teruggevorderde WW-uitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.