ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering algemeen geaccepteerde arbeid
Appellant ontvangt sinds 2007 bijstand en kreeg op 2 april 2010 een schoonmaakdienst aangeboden door een werkgever. Hij zou op 12 april 2010 starten, maar weigerde het dienstverband na overleg over loon en arbeidsvoorwaarden. Het college verlaagde daarop de bijstand met 100% voor twee maanden.
Appellant stelde dat hij niet onredelijk had gehandeld en dat het college niet uitsluitend op een e-mail van de werkgever mocht afgaan. Ook voerde hij aan dat hij een schriftelijke arbeidsovereenkomst wilde vanwege eerdere negatieve ervaringen, maar dat de werkgever deze niet wilde verstrekken.
De Raad concludeert dat de aangeboden werkzaamheden algemeen geaccepteerde arbeid zijn en appellant niet is gestart. De verklaring van de werkgever werd bevestigd in een brief, en appellant leverde onvoldoende bewijs voor zijn stellingen. De maatregel is conform de Maatregelenverordening en de WWB; persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen geen aanpassing van de verlaging.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende twee maanden wegens weigering van algemeen geaccepteerde arbeid wordt bevestigd.