ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsverlening wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder na echtscheiding van O. Appellant vermoedde dat betrokkene en O vanaf 23 maart 2010 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, en herzag de bijstand, verleende bijstand naar gehuwdennorm en vorderde kosten terug.
Een onderzoek met huisbezoeken, getuigenverklaringen en observaties leidde tot verschillende conclusies voor twee perioden: van 23 maart tot 15 augustus 2010 was onvoldoende bewijs voor gezamenlijke huishouding, maar van 16 augustus 2010 tot 24 februari 2011 was er voldoende feitelijke grondslag dat O zijn hoofdverblijf had bij betrokkene.
De rechtbank vernietigde het besluit volledig, maar de Raad beperkte de vernietiging tot de eerste periode en bevestigde de herziening voor de tweede periode. Appellant moet een nieuwe berekening maken van het terug te vorderen bedrag vanaf 16 augustus 2010 en een nieuw besluit nemen over de maatregel.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen feitelijke basis voor het vaststellen van een gezamenlijke huishouding en de naleving van de inlichtingenplicht bij bijstandsverlening.
Uitkomst: De bijstand werd terecht herzien en teruggevorderd vanaf 16 augustus 2010 wegens gezamenlijke huishouding, maar niet voor de periode daarvoor; appellant moet een nieuw besluit nemen over terugvordering en maatregel.