ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Breda waarin werd geoordeeld dat artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was geschonden en het besluit tot verlenging van het loondoorbetalingsverplichtingstijdvak (loonsanctie) ten onrechte was opgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank onterecht heeft geoordeeld dat artikel 7:9 Awb Pro was geschonden, omdat het expertiserapport van de internist niet leidde tot een substantiële wijziging van het besluit en er geen verplichting bestaat tot hernieuwd horen bij nieuwe informatie na de hoorzitting.
De Raad stelt vast dat de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht vanaf augustus 2009, ondanks benutbare mogelijkheden van de werknemer. De werkgever heeft de adviezen van de bedrijfsarts gevolgd, maar blijft verantwoordelijk voor de re-integratie.
Daarom wordt het besluit tot loonsanctie in stand gelaten, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Proceskostenvergoeding wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen blijft in stand en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.