ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van rechtens onaantastbaar ontslagbesluit wegens psychische gesteldheid
Betrokkene was werkzaam bij de Politie Milieu Dienst en meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Tijdens re-integratie koos zij in 2007 voor ontslag met een financiële vergoeding, vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst en verleend door de korpschef.
In 2008 verzocht betrokkene om herziening van het ontslagbesluit, stellende dat zij ten tijde van het besluit in een abnormale geestestoestand verkeerde en haar wil niet kon bepalen. Psychiater Gerritsen stelde vast dat betrokkene leed aan een paranoïde psychose en ADHD, waardoor haar wil niet vrij was.
De korpschef erkende het defect in de wil, maar zag geen reden het besluit te herzien. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de korpschef geen aanwijzingen had dat betrokkene haar wil niet kon bepalen bij het sluiten van de overeenkomst en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde wegens het ontbreken van een ondubbelzinnige toezegging.
De Raad concludeerde dat het verzoek om terug te komen van het rechtens onaantastbare ontslagbesluit terecht werd afgewezen en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het rechtens onaantastbare ontslagbesluit wordt afgewezen en het ontslagbesluit blijft in stand.