ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure ambtenaar
Verzoeker, een ambtenaar, stelde een bezwaarschrift in tegen een besluit van de korpschef van politie, waarna een langdurige bestuursrechtelijke procedure volgde. De behandeling in de bezwaarfase, rechtbank en het hoger beroep duurde meerdere jaren, waarbij de rechterlijke fase bijna een half jaar langer duurde dan de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Staat stelde dat de langere duur gerechtvaardigd was vanwege de aard van de zaak, de omvang van het dossier en de schorsing door de rechtbank in afwachting van een andere uitspraak. De Raad oordeelde echter dat de zaak niet ingewikkeld was en dat de voorgeschiedenis en omvang van het dossier geen rechtvaardiging boden voor de overschrijding.
De Raad bevestigde dat de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in beginsel maximaal vier jaar mag duren, met specifieke termijnen voor bezwaar, beroep en hoger beroep. Gezien de overschrijding van bijna een half jaar in de rechterlijke fase, werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van € 500,- aan verzoeker.
Daarnaast werd de Staat veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, begroot op € 472,-. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 april 2013.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 500,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase.