ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering en toekenning WGA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel op 7 januari 2008 uit wegens rechterschouderklachten. Na onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij volledig arbeidsongeschikt was, maar met mogelijkheden tot verbetering. Het UWV kende haar daarom een WGA-uitkering toe vanaf 13 december 2009.
Appellante maakte bezwaar en vorderde een IVA-uitkering, stellende dat haar arbeidsongeschiktheid duurzaam was. De bezwaarverzekeringsarts en rechtbank oordeelden echter dat er nog behandelopties waren die verbetering konden brengen, waardoor geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep stelde appellante dat de IVA-uitkering vanaf 30 oktober 2011 was toegekend en dat dit ook vanaf 13 december 2009 had moeten gelden. De Raad concludeerde dat de prognose van verbetering voldoende was onderbouwd en dat de medische situatie in 2009 niet duidde op duurzame arbeidsongeschiktheid.
De Raad nam mee dat latere co-morbiditeiten en het niet aanslaan van behandelingen niet terugwerkend invloed konden hebben op de situatie per 13 december 2009. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 mei 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 13 december 2009 recht heeft op een WGA-uitkering en niet op een IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid.