ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewetuitkering na zwangerschap wegens ontbreken causaal verband
Appellante was administratief medewerkster en kreeg na haar bevalling een Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid door zwangerschaps- en bevallingsklachten. Op 21 oktober 2010 stelde het UWV vast dat zij niet langer arbeidsongeschikt was vanwege zwangerschap of bevalling, waarna haar uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar depressie nog steeds voortkwam uit de zwangerschap en bevalling, ondersteund door een psychiatrische expertise. De Raad oordeelde echter dat het chronologische verband onvoldoende was om het causale verband te handhaven, mede omdat haar depressieve klachten ook verklaard konden worden door persoonlijke gevoeligheid en andere stressfactoren.
De Raad concludeerde dat het UWV het medische bewijs zorgvuldig had beoordeeld en dat het besluit terecht was genomen. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewetuitkering blijft in stand.