ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens ontbreken oorzakelijk verband met zwangerschap niet gerechtvaardigd
Appellante werd op 23 september 2003 wegens zwangerschapsklachten arbeidsongeschikt verklaard en beviel op 26 november 2003 van een tweeling. Na een periode van uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg, weigerde het UWV ziekengeld toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid volgens het UWV geen gevolg was van de zwangerschap of bevalling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV niet verplicht was de behandelend arts te raadplegen en dat het medische oordeel voldoende was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen, met name bij de behandelend gynaecoloog, die een zeer gecompliceerde tweelingzwangerschap met langdurige psychische belasting bevestigde.
De Raad stelde vast dat er wel degelijk een oorzakelijk verband bestond tussen de arbeidsongeschiktheid en de zwangerschap/bevalling in de zin van artikel 29a, vierde lid, van de Ziektewet. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden daarom vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen en tevens aandacht besteden aan mogelijke schadevergoeding. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het oorzakelijk verband tussen arbeidsongeschiktheid en zwangerschap/bevalling.