ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkomen op besluit WW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, voormalig werknemer van KLM, verzocht het UWV om een WW-uitkering toe te kennen per 1 juli 2010 nadat zijn arbeidsovereenkomst was ontbonden. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. Appellant diende meerdere verzoeken in om terug te komen op dit besluit, waarbij hij stelde dat nieuwe feiten en omstandigheden, zoals het hoger beroep tegen de ontbindingsbeschikking en gebreken in de procedure, tot herziening moesten leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat het UWV slechts op grond van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden tot herziening kan komen en dat de door appellant aangevoerde argumenten geen nieuwe feiten bevatten. Ook het hoger beroep tegen de ontbindingsbeschikking werd niet als nieuw feit erkend, omdat het UWV en de rechtbank dit niet ambtshalve hoefden te kennen.
De Raad concludeerde dat het UWV in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en wees het hoger beroep af. Tevens werd het verzoek tot schadevergoeding afgewezen vanwege het ontbreken van grond voor toewijzing.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om terug te komen op het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd.