ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar bij overschrijding bezwaartermijn ondanks verwarring en ingrijpend besluit
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd als dakloos geregistreerd met een postadres. Na meldingen over vermeend zwartwerken en woonplaats bij ouders, startte de gemeente Amsterdam een onderzoek. Op 3 december 2010 trok appellant de bijstand in wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie. Betrokkene maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene onvoldoende tijd had gehad om bezwaar te maken omdat hij slechts vier weken de tijd had om zijn post op te halen na opheffing van het postadres. Ook was er sprake van verwarring door tegenstrijdige mededelingen van DWI. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat het de verantwoordelijkheid van betrokkene is om zijn post tijdig op te halen en dat de bezwaartermijn volledig ter beschikking staat. De Raad concludeerde dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is, ook niet door de ingrijpende aard van het besluit of verwarring. De belangenafweging die de rechtbank maakte is niet toegestaan binnen artikel 6:11 Awb Pro. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.