ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verschijnen op oproepen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd opgeroepen voor meerdere gesprekken bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) om gegevens te overleggen die relevant zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand. Appellant verscheen op geen van de oproepen, zonder bericht te geven.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam schortte de bijstand op en trok deze vervolgens in op grond van artikel 54, vierde lid, WWB. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij pas laat kennis had genomen van de oproepen en dat hij niet meer in staat was het verzuim te herstellen, en betwistte de bezorging van de oproepen.
De Raad stelde vast dat de oproepen persoonlijk in de brievenbus van het opgegeven adres waren gedeponeerd en dat het niet tijdig onder ogen krijgen van de brieven voor rekening en risico van appellant komt. De Raad oordeelde dat aan de voorwaarden voor intrekking was voldaan en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet verschijnen op oproepen wordt bevestigd.