ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- O.L.H.W.I. Korte
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verrekening voorschotten met bijstandsuitkering volgens WWB
Appellante diende meerdere aanvragen in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een eerste afwijzing en terugvordering van een voorschot van €100, werd een tweede aanvraag goedgekeurd waarbij een voorschot van €800 werd toegekend. Het college verrekende de verstrekte voorschotten met de toegekende bijstand over mei 2011.
Appellante betoogde dat de verrekening niet in één maand mocht plaatsvinden en dat de regels over de beslagvrije voet uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering hierop van toepassing zouden zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college op grond van artikel 52, vierde lid, en artikel 60, derde lid, van de WWB bevoegd was tot verrekening van de voorschotten met de bijstand. De verrekening betreft geen invordering, maar het niet opnieuw uitbetalen van reeds ontvangen bedragen, waardoor de beslagvrije voetregels niet van toepassing zijn.
Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens geweigerd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 mei 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot verrekening van voorschotten met de bijstandsuitkering en wijst het hoger beroep af.