ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering op grond van onvoldoende duurzaam arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als voorman in een verzinkerij, viel uit wegens oogklachten, schildklierproblematiek en depressieve klachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd hij ingedeeld in de WGA-klasse met een arbeidsongeschiktheid van 66,26%. Appellant stelde bezwaar en vorderde een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was en dat verbetering van de functionele mogelijkheden mogelijk bleef. Het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond, verhoogde wel de mate van arbeidsongeschiktheid naar 80-100% maar wees een IVA-uitkering af.
De rechtbank bevestigde dit besluit en de Raad onderschrijft dit oordeel. De Raad stelt dat de medische rapportages en het beoordelingskader een concrete en deugdelijke afweging bevatten, waarbij prognose op verbetering voldoende is onderbouwd. Er zijn geen aanwijzingen dat appellant ten onrechte geen IVA-uitkering kreeg.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Vergoeding van proceskosten wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de IVA-uitkering bevestigd.