ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA WGA-vervolguitkering op basis van zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig projectleider/monteur, viel uit wegens hartklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk geen recht op uitkering vast, later wel een loongerelateerde WGA-uitkering. Bij een vervolgbesluit werd een WGA-vervolguitkering toegekend op basis van 35-45% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, mede door PTSS en ernstige hartklachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond na uitgebreid onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, die een volledig beeld van de gezondheidstoestand van appellant hadden verkregen. De rechtbank oordeelde dat de beperkingen objectief waren vastgesteld en dat het subjectieve oordeel van appellant onvoldoende was. Ook de Raad onderschreef dit oordeel en vond geen aanleiding tot benoeming van deskundigen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 mei 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.