ECLI:NL:CRVB:2013:CA0041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering en beëindiging ZW-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, die sinds 1989 arbeidsongeschikt is wegens rugklachten en een WAO-uitkering ontvangt, meldde zich in 2009 ziek vanwege vermeende toegenomen klachten. Het UWV besloot zijn WAO-uitkering niet te verhogen en beëindigde zijn ZW-uitkering, omdat medisch onderzoek geen toename van beperkingen aantoonde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts onderschreef. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn dossier incompleet was en zijn beperkingen onderschat werden, maar heeft dit standpunt later verlaten en geen nieuwe medische stukken ingebracht.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen zoals bedoeld in artikel 39a van de WAO. Het UWV is volgens de Raad van een juiste maatstaf arbeid uitgegaan en de medische beoordeling is voldoende onderbouwd. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering en de beëindiging van de ZW-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.