ECLI:NL:CRVB:2013:CA0045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete wegens schending inlichtingenplicht WAO-uitkering
Appellante ontving sinds 7 april 2000 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Vanaf 1 december 2008 trad zij in dienst bij Stichting Medisch Centrum Haaglanden en verdiende zij inkomsten die zij niet aan het Uwv meldde. Hierdoor werd onterecht WAO-uitkering uitbetaald.
Het Uwv legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht en vorderde de onverschuldigde uitkering terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat zij niet gerechtvaardigd kon vertrouwen op het uitblijven van gevolgen voor haar uitkering.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij vooraf was geïnformeerd en dat er sprake was van een dringende reden om terugvordering en boete te vermijden. De Raad concludeerde dat appellante haar inlichtingenplicht objectief en subjectief had geschonden, dat het Uwv terecht artikel 44 WAO Pro toepaste en dat geen dringende redenen voor kwijtschelding waren.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat de boete van € 2.269,- een evenredige sanctie is gezien de ernst en duur van de overtreding. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering en de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht.