ECLI:NL:CRVB:2013:CA1012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting woonadres
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder en gaf op dat hij woonde op een bepaald adres te Almere. Na een anonieme tip en themacontrole ontstond twijfel over zijn woonadres vanwege extreem laag water- en energieverbruik. Een sociaal rechercheur voerde een uitgebreid onderzoek uit, inclusief huisbezoeken, buurtonderzoek en verhoren van appellant en getuigen.
De Raad concludeerde dat het lage waterverbruik en verklaringen van buurtbewoners erop wijzen dat appellant niet op het opgegeven uitkeringsadres woonde. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de gegevens onjuist waren en gaf wisselende verklaringen over zijn woonsituatie. De verklaringen van buurtbewoners werden als geloofwaardig beoordeeld.
Appellant voerde aan dat de inlichtingenverplichting niet was geschonden en dat het college niet over alle relevante stukken beschikte, maar de Raad stelde vast dat het dossier voldoende feitelijke grondslag bevatte. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde, omdat het college bevoegd was nader onderzoek te doen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten over de periode van augustus 2001 tot oktober 2008. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.