ECLI:NL:CRVB:2013:CA1952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van terugvordering bijstand zonder dringende redenen of bijzondere omstandigheden
Appellant had een schuld van ruim €80.000 wegens teveel ontvangen bijstand en betaalde maandelijks €50 af. Na het bereiken van de 65-jarige leeftijd werd de bijstand beëindigd en het restantbedrag ineens opeisbaar gesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen substantiële overwaarde van zijn woning was en dat zijn beroep op de hardheidsclausule ten onrechte was afgewezen. De Raad oordeelde dat de WOZ-waarde en hypotheekgegevens het tegendeel bewezen en dat het betalingsvoorstel van appellant zelf een verkoop van de woning beoogde.
De Raad stelde dat het college terecht geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden aannam die een afwijking van de beleidsregel rechtvaardigen. Medische gegevens, leeftijd en sociale gebondenheid van appellant boden geen grond voor toepassing van artikel 4:84 Awb Pro.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstand wordt bevestigd zonder toepassing van de hardheidsclausule.