ECLI:NL:CRVB:2013:CA1962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand van 1991 tot 2008 en was tevens als beheerder verbonden aan een seksinrichting. Na onderzoek door de Belastingdienst en de gemeente werd vastgesteld dat appellant werkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving die niet waren gemeld.
Het college trok de bijstand over de periode 2001-2008 in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op bijstand, mede doordat hij zijn werkzaamheden en inkomsten niet had gemeld. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en was intrekking en terugvordering gerechtvaardigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.