ECLI:NL:CRVB:2013:CA2142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds juli 2009 bijstand van de gemeente Wijchen en gaf op dat zij woonachtig was op een adres in die gemeente. Na onderzoek, waaronder huisbezoek, verhoren en getuigenverklaringen, bleek dat zij feitelijk niet op dat adres woonde maar bij haar zoon in Nijmegen verbleef.
Het college trok de bijstand over de periode juli 2009 tot maart 2010 in en vorderde het bedrag van € 11.036,63 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. Dit werd gedeeltelijk beperkt na bezwaar, maar de terugvordering bleef gehandhaafd.
De Raad oordeelde dat appellante geen woonplaats had in Wijchen in de betreffende periode en dat zij dit niet had gemeld, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond. Het lage energie- en waterverbruik en verklaringen van buurtbewoners ondersteunden dit standpunt. De Raad verwierp de argumenten van appellante over haar afwezigheid en het bewijs van haar woonplaats.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen en dat appellante geen aanspraak had op bijzondere bijstand voor inrichtingskosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.