ECLI:NL:CRVB:2013:CA2345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, maar het college stelde vast dat hij niet in Nederland woonde en dit niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde. Op basis hiervan werden besluiten genomen tot intrekking van de bijstand en terugvordering van het te veel ontvangen bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond voor de periode van 4 april tot en met 22 juni 2009, maar ongegrond voor de periode daarna. Appellant voerde aan dat zijn psychische gesteldheid hem verhinderde de meldingsplicht na te komen en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
De Raad oordeelde dat de psychische gesteldheid geen vrijstelling van de inlichtingenverplichting oplevert en dat het college bevoegd was de bijstand over de periode van 23 juni 2009 tot en met 30 juni 2010 in te trekken en terug te vorderen. Het beleid van het college omtrent terugvordering en brutering werd als juist beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.