ECLI:NL:CRVB:2013:CA2379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijkheid woonadres
Appellant diende op 17 februari 2011 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarbij hij een woonadres opgaf. Na een gesprek en een huisbezoek weigerde het college de bijstand omdat de woonsituatie van appellant niet kon worden vastgesteld, mede door tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en bevindingen tijdens het huisbezoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij voldoende duidelijkheid had gegeven over zijn woonadres en dat het huisbezoek onterecht was. De Raad oordeelde dat er op grond van concrete feiten en omstandigheden redelijkerwijs twijfel bestond over de juistheid van de verstrekte gegevens, waardoor het huisbezoek gerechtvaardigd was.
De bevindingen van het huisbezoek bevestigden de onduidelijkheid, omdat persoonlijke bezittingen van derden aanwezig waren en de situatie niet overeenkwam met de verklaringen van appellant. Hierdoor werd de inlichtingenverplichting geschonden en kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting en onduidelijkheid over het woonadres.