ECLI:NL:CRVB:2013:CA2727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heropening en ophoging WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en hulpbehoevendheid
Appellante, die sinds 2001 een WAO-uitkering ontvangt vanwege ernstige arbeidsongeschiktheid, had haar uitkering in 2004 ingetrokken gekregen wegens het niet tijdig aanleveren van gegevens na verhuizing naar de Verenigde Staten. In 2008 reageerde zij alsnog op verzoeken om informatie, waarna het UWV de uitkering heropende met ingang van 15 februari 2008, verhoogd naar 85% vanwege hulpbehoevendheid.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de intrekking onterecht was en dat de ophoging met terugwerkende kracht vanaf 2001 had moeten plaatsvinden. De rechtbank had het beroep grotendeels ongegrond verklaard, met uitzondering van de ophoging vanwege hulpbehoevendheid, waarover zij niet had beslist.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellante haar verhuizing pas in 2008 had doorgegeven en dat het UWV terecht de uitkering niet eerder had heropend. De Raad vernietigde het vonnis voor zover het niet had beslist over de ophoging en oordeelde dat de verhoging naar 85% correct was, gezien de medische rapportages die een aanzienlijke beperking en hulpbehoevendheid aantonen, maar geen continue oppassing vereisen.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond voor zover het ging om terugwerkende kracht en eerdere heropening van de uitkering, en bevestigde het besluit tot ophoging vanaf de heropening in 2008. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ophoging van de WAO-uitkering vanaf 15 februari 2008 wordt bevestigd.